Bronteksten over de tijd van

Wereldoorlogen (1900-1950)


Adolf Hitler over Lebensraum

 

(Mein Kampf, 1924)

'Wanneer de nationaal-socialistische beweging zich werkelijk wil wijden aan de vervulling van een grote historische taak voor ons volk, dan moet zij, doordrongen van het inzicht in, en vol verdriet over zijn huidige werkelijkheid op aarde, stoutmoedig en doelbewust de strijd aanbinden tegen de doelloosheid en de impotentie, welke tot dusverre de buitenlandse politiek van het Duitse Rijk leidden. Zij moet dan, zonder ook maar in het minst rekening te houden met "tradities" en "vooroordelen", de moed vinden, om ons volk en daarmede de kracht van dat volk, te bundelen voor de opmars langs die weg, welke ons redt uit de benauwing van ons huidig leefgebied en welke ons daarmede tevens voorgoed verlost van het gevaar, dat wij op deze aarde zouden moeten ondergaan, of gedoemd zouden zijn, als slavenvolk in dienst van anderen te moeten staan.De nationaal-socialistische beweging moet trachten, aan deze wanverhouding tussen ons zielental en ons grondgebied – grondgebied is hier opgevat als voedingszekerheid, en als steunpunt voor onze politieke macht – tussen ons groot historisch verleden en de uitzichtloosheid van onze huidige machteloosheid, een einde te maken.Zij mag daarbij nooit uit het oog verliezen, dat wij als behoeders en vertegenwoordigers van de hoogste mensensoort op aarde tevens de hoogste verplichting dragen.Alleen een levensruimte van voldoende afmetingen kan een volk zijn vrijheid van bestaan waarborgen.Daarbij mag men de grootte van die noodzakelijke afmetingen van ons woongebied niet alleen beoordelen maar de eisen van het heden, en zelf niet eens naar de grootte van de bodemopbrengst per hoofd der bevolking. Want reeds in het eerste deel zette ik onder het hoofd "Duitse bondgenootschapspolitiek voor de oorlog" uiteen, dat het grondgebied van een staat niet alleen betekenis bezit als directe voedingsbron der bevolking, maar ook nog een strategische. Wanneer een volk zijn voeding als zodanig gewaarborgd heeft door de grootte van zijn grondgebied, dan is het toch ook nog noodzakelijk, om daarnaast nog zorg te dragen voor de beveiliging van dat grondgebied zelf. En die beveiliging moet worden gezocht in de algemene politieke betekenis van de staat, een factor, welke op zijn beurt weer in zeer belangrijke mate wordt bepaald door overwegingen van strategische aard.'

 

Hitler over de Joden

 

(Mein Kampf, 1924)

'De joodse leer van het marxisme wijst het aristocratische principe der natuur af en zet op de plaats van het eeuwige voorrecht der kracht en der sterksten, de massa van het getal en haar dood gewicht. Zij ontkent hierdoor in de mens de waarde der persoonlijkheid, bestrijdt de betekenis van volk en ras, en onttrekt daarmede aan de mensheid de grondslag van haar bestaan en haar cultuur. Indien deze leer tot grondprincipe van het heelal werd, dan zou dit het einde betekenen van iedere denkbare orde. En zoals in dit grootste ons bekende organisme, een dergelijke wet onvermijdelijk tot de chaos zou leiden, zo zou zij op de aarde niets anders tengevolge kunnen hebben dan de vernietiging van het leven op deze planeet. Indien de jood met zijn marxisme de overwinning behaalt op de volkeren dezer wereld, dan zal een krans, gevlochten uit de lijken der gehele mensheid, zijn kroon zijn; dan zal deze aarde wederom, evenals voor miljoenen jaren, van ieder menselijk leven ontdaan, zwijgend haar weg door de ether gaan.Want de natuur, die eeuwig is, wreekt onverbiddelijk iedere inbreuk op haar geboden. Daarom is het mijn overtuiging, dat ik werk in de geest van de almachtige Schepper: want door mij te verweren tegen de jood strijd ik voor het werk des Heren.'

 

Adolf Hitler over propaganda:

 'Iedere propaganda dient populair te zijn en haar geestelijk niveau af te stemmen op het begripsvermogen van de meest achterlijken onder diegenen tot wie zij van plan is zich te richten. Daarom moet haar peil, zuiver intellectueel gezien, des te lager worden gehouden, naarmate de massa die men wil bereiken, groter is. Het bevattingsvermogen van de grote massa is slechts zeer beperkt, het begrip gering, en de vergeetachtigheid groot. Gezien deze feiten dient iedere propaganda, die tot resultaten wil leiden, zich tot enkele punten te beperken en deze punten bij wijze van leuzen te blijven gebruiken en toepassen, totdat men er zeker van is dat absoluut iedereen aan een dergelijke leuze de betekenis hecht die men er aan gehecht wil zien.'

 

Bronnen:

P. Morren e.a., De Tweede Wereldoorlog. Een keerpunt in de geschiedenis. (Brussel, 1985).

C. Zentner, Adolf Hitlers Mein Kampf. Ungekürtzte sonderausgabe (München 1998).

 

Adolf Hitler zijn machtsovername in wetten:

 

Onderdelen van 'das Gesetz zum schutz des Reiches':

 

(wet van 24 maart 1933)

Art 1 Buiten de wetgevende procedure, zoals die in de grondwet wordt bepaald, is de Rijksregering ook gemachtigd rechtstreeks wetten uit te vaardigen.

Art 2 De nationale wetten die door de Rijksregering worden uitgevaardigd mogen afwijken van de grondwet..

(wet van 14 juli 1933)

Art 1 De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij is de enige politieke partij in Duitsland.

Art 2 Wie probeert een andere politieke partij in stand te houden of er een nieuwe op te richten zal gestraft worden.

 

Adolf Hitler: oorlogsverklaring aan Polen (begin Tweede Wereldoorlog)

 

[…]‘Polen heeft vannacht, voor de eerste keer, op ons eigen territorium, reguliere soldaten laten schieten. Sinds vijf uur vijfenveertig wordt nu teruggeschoten (…) En van nu af, wordt bom met bom vergolden. Wie met gif strijd wordt door gifgas bestreden. Wie zelf zich van de regels van humane oorlogsvoering verwijderd, kan van ons niet anders verwachten, dan dat we dezelfde stap nemen. Ik zal deze strijd tegen iedereen zo lang voeren, tot de veiligheid van het Rijk en zijn rechten verzekerd zijn.

[…] De neutrale staten hebben hun neutraliteit bevestigd zoals wij hen deze, al eerder garandeerden. Wij zullen over deze neutraliteit pijnlijk nauwkeurig waken.

[…] Mocht mij, in deze strijd iets gebeuren, dan is mijn eerste opvolger partijgenoot Goering.’

 

Rede in de Kroll Opera te Berlijn, 1 september 1939. (vert.)

 

Bron: http://www.nationalsozialismus.de/dokumente/textdokumente/adolf-hitler-rede-vor-dem-reichstag-01091939

 

Aprilthesen van Lenin

 

(de Pravda, 7 april 1917)

'De eigen aard van de huidige situatie in Rusland bestaat in de overgang van de eerste etappe van de revolutie, die als gevolg van de gebrekkige organisatie van het proletariaat de burgerij aan de macht bracht, naar de tweede etappe, die de macht in de handen van het proletariaat en van de boerenbevolking moet leggen.Geen parlementaire republiek – die terugkeer ware een stap achteruit – maar een republiek van de sovjets van arbeidsafgevaardigden, dagloners en landbouwers van het hele land, van hoog tot laag.Verkiesbaarheid en de mogelijkheid tot terugroeping op elk ogenblik van alle ambtenaren: hun lonen moeten niet hoger liggen dan het gemiddelde loon van een goede arbeider.In het agrarisch programma het zwaartepunt terug bij de sovjets van plattelandsdagloners leggen. Inbeslagname van alle domeinen van de grootgrondbezitters. Nationalisatie van alle domeinen van grootgrondbezitters. Nationalisatie van alle gronden in het land: de grond worden ter beschikking gesteld van de plaatselijke sovjets van afgevaardigden van plattelandsdagloners en van landbouwers.Onmiddellijke fusie van alle banken van het land in één enkele nationale bank, gesteld onder de controle van de sovjet van arbeidsafgevaardigden.Niet de instelling van het socialisme als onze onmiddellijke taak, maar eenvoudig de onmiddellijke overgang van de controle van de maatschappelijke productie en van de verdeling van de producten in handen van de sovjet van arbeidsafgevaardigden.'

 

bron: H. Van de Voorde, ‘De staat ten dienste van persoon en gemeenschap?’ in: Reeks historische units. Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel (Apeldoorn, 1976).

 

Balfour-verklaring (1917)

 

Minister van Buitenlandse Zaken, 2 november 1917

 

Geachte Lord Rothschild,

Het doet mij veel genoegen U, uit naam van Zijner Majesteits regering, de volgende verklaring van instemming met de joods-zionistische doelstellingen te overhandigen, die voorgelegd is aan en goedgekeurd is door het kabinet.

'De regering van Zijne Majesteit staat gunstig tegenover de stichting in Palestina van een nationaal tehuis voor het joodse volk en zal haar beste krachten inspannen om de verwezenlijking van dit doel te vergemakkelijken, waarbij duidelijk moet zijn dat niet s mag worden gedaan dat schadelijk zou kunnen zijn voor de burgerlijke en godsdienstige rechten van bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina of voor de rechten en politieke status van joden in welk land dan ook.'

Ik zou U dankbaar zijn indien U deze verklaring ter kennis zoudt willen brengen van de Zionistische Federatie.

 

Hoogachtend, Arthur James Balfour.

 

Betogingen in Milaan (20 mei 1940 in het dagblad de Noord-Ooster)

 

'Italië brengt opnieuw zijn eischen naar voren.

Groote betoogingen ten gunste van As te Milaan.

Te Milaan hebben gisteren groote betoogingen plaatsgevonden ter gelegenheid van den verjaardag van het Duitsch-Italiaansche bondgenootschap. De Italiaanse minister van buitenlandsche zaken, graaf Ciano, zeide in een redevoering, dat Italië niet ter zijde kan staan in de belangrijke kwesties, die thans Europa beheerschen. Als de tijd daar is, zal Rome zijn woord te zeggen hebben. het Italiaansche volk ziet thans zijn nieuwe taken onder oogen en als de tijd rijp is, zal de Duce het wachtwoord geven, hij, die de eenige leider van het italiaansche volk is in vrede en oorlog en wiens naam synoniem is met zekerheid, doortastendheid en roem. Milaan zal haar post in de voorhoede wederom opeischen en zij zal gereed zijn, evenals het Italiaansche volk gereed is in wapens en vooral in harten. graaf Ciano werd luide toegejuicht en door de straten van de stad werden groote borden rondgedragen met opschriften als ,,Leve den Duce'', ,,Leve Italië'', doch tevens met ,, Leve Hitler'' en ,,Lee Duitschland''. Op aanplakbiljetten welke geplakt waren op de muren van de huizen, werden de Italiaansche eischen naar voren gebracht ten aanzien van Malta, Tunis en Corsica.'

 

Boecharin tijdens een showproces (1938)

 

Aan het eind van het proces mocht Boecharin een slotwoord uitspreken. Een gedeelte daarvan:

 

‘Ik zal nu over mijzelf spreken, over de redenen voor mijn berouw. Natuurlijk, ik moet toegeven dat het belastende bewijsmateriaal een zeer belangrijke rol speelt. Drie maanden lang heb ik geweigerd iets te zeggen. Toen begon ik verklaringen af te leggen. Waarom? Omdat ik tijdens mijn gevangenschap mijn hele verleden anders was gaan bekijken. Want als je jezelf afvraagt “ als ik moet sterven, waar sterf ik dan voor?”, dan doemt ineens met ontstellende duidelijkheid een totaal zwarte leegt voor je op. Van de andere kant krijg je al het positieve dat je in de Sovjet-Unie tegenstraalt, in je geest nieuwe dimensies. Uiteindelijk heeft dat me ertoe gebracht door de knieën te gaan voor de Partij en het land. Mijn contrarevolutionaire bondgenoten, met mij aan het hoofd, hebben inderdaad geprobeerd Lenin's werk, dat nu met zo’n geweldig succes door Stalin wordt voortgezet, te vernietigen.’

 

Brief van een Poolse immigrant in de Verenigde Staten

 

Een brief van een Poolse immigrant

‘Ik ben vier maanden in dit land (van 14 mei 1913 – Noniton – Antwerpen). Ik ben poolse man. Ik wil zijn amerikaanse burger en kreeg hier eerste papier in 12 juni. Maar mijn vrienden zijn poolse mensen – ik moet met hen leven – ik werk in de schoenwinkel met poolse mensen – ik ben altijd met hen – thuis – in de winkel – overal.

Ik wil leven met amerikaanse mensen, maar ik ken niemand van amerikanen. Ik ga 4 keer naar leraar en moet betalen $2 per week. Ik wil in engels kosthuis wonen, maar ik kon niet, omdat ik verdien slechts $5 of 6 per week en wanneer ik betaal leraar $2, heb ik nog $4 – $3- en nu is engels kosthuis te duur voor mij. Betere baan krijgen is zeer moeilijk voor mij, omdat ik engels niet goed spreek en ik niet kan verstaan wat zij tegen mij zeggen. De leraar leer mij – maar als ik thuiskom, moet ik pools praten en in de winkel ook. Op deze manier kan ik vele jaren in uw land leven – zoals mijn vrienden – en nooit spreken – schrijven goed engels en nooit goed amerikaans burger zijn. Ik ken hier vele personen, zij leven hier 10 of meer jaren, en zij zijn geen burgers, zij spreken engels niet goed, zij weten niets van aardrijkskunde en geschiedenis van dit land, zij kennen de grondwet van Amerika niet, – niets. Ik wil niet zijn zoals zij, ik wilde dat zij mij hielpen met engels – zij konden niet – omdat zij niets wisten. Ik wil van hen weggaan. Maar waar? Niet op het platteland, want ik wil in de stad gaan, gratis avondscholen en leren. Ik zoek hulp. Als iemand mij een andere baan kan geven tussen amerikaanse mensen, help me met hen leven en leer engels – en vertel me hoe ik kan snel eren – het zou zeer, zeer goed voor mij zijn. Misschien heb je iemand hier, hij kan me helpen?

Als je mij kan helpen, ik zeg asjeblief. Ik schreef deze brief alleen en niet goed, ik weet – maar ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel.

Neem me niet kwalijk,

F.N.’

 

Bijzonder Vrijwillige Landstorm in 1918

 

Eén van de initiatiefnemers van de Bijzonder Vrijwillige Landstorm tijdens de vergissing van Troelstra (1918)

 

Mr. Dr. H.H.A. van Gybland Oosterhoff schreef:

'Het paleis in het Noordeinde staat om zoo te zeggen voor iedereen open, en de Koningin is niet de persoon om in deze omstandigheden Den Haag te verlaten. Een optocht van het gepeupel onder leiding van Wijnkoop zou noodlottige gevolgen kunnen hebben. Men meent te weten, dat behalve de gewone politie-veiligheidsmaatregelen geen verdere voorzieningen van eenige beteekenis zijn getroffen. Deze politiemaatregelen, meent men, – die volkomen afdoende zijn voor eventueele hongeropstootjes – zullen geheel onvoldoende blijken, wanneer eventueele relletjes een antimonarchaal karakter mochten aannemen. De politie is toch grootendeels ook socialist. Op militairen steun valt niet te rekenen, omdat in elk geval bij elke betoging vele soldaten (verlofgangers) aanwezig zullen zijn, en militairen reeds in gewone omstandigheden niet tot optreden tegen andere militairen te krijgen zijn.'

 

Chamberlain over het Brits imperialisme 1895

 

‘Ons nationaal inkomen berust op onze industriële mogelijkheden en productie. Wij zijn geen echt agrarisch land: dat kan nooit de belangrijkste bron van onze welstand zijn. Wij zijn een groot industrieel land. Daaruit volgt dat de handel binnen ons wereldrijk voor ons huidig welslagen absoluut noodzakelijk is. Zo deze handel achteruit zou gaan, of alleen maar zou ophouden in verhouding tot onze bevolking te stijgen, dan evolueren wij tot een staat van vijfde klasse’.

 

bron: X. Adams en R. Geivers, Geschiedenis 5. (Antwerpen, 1993).

 

 

Churchill en Roosevelt corresponderen tijdens de Tweede Wereldoorlog

 

Twee fragmenten uit een geheime correspondentie tussen Churchill (Engeland) en Roosevelt (VS) tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Churchill aan Roosevelt (1 april 1942):

'Alles hangt nu af van de strijd tussen de Russen en de Duitsers. We doen alle om te helpen. Er is weer een konvooi schepen onderweg naar Moermansk met oorlogsmaterieel. Stalin, de leider van de Sovjetunie, is er erg blij mee.

 

Roosevelt aan Churchill (3 april 1942):

'De Russen doden op dit moment meer Duitsers en vernietigen meer materiaal dan jij en ik voor elkaar krijgen. Ik steun je. Ga zo door en veel succes!'

 

Vrij naar: F.L. Loewenheim, Roosevelt and Churchill, Their secret wartime correspondance (1975).

 

Churchill over Europese samenwerking

 

Winston Churchill over Europa 19 september 1946 te Zürich (Zwitserland):

 

‘Wat Europa nodig heeft, is een middel dat, als een wonder, het totale schouwspel [van de naoorlogse situatie] zal transformeren en geheel Europa binnen enkele jaren net zo vrij en gelukkig zal maken als Zwitserland vandaag de dag. We moeten een soort Verenigde Staten van Europa cre