Tags:

Visie toekomst geschiedenisonderwijs

Op het Nationale Geschiedenisonderwijscongres in maart 2016 presenteerde de VGN (Vereniging Geschiedenisdocenten in Nederland) in Bij de Tijd door het schoolvak geschiedenis een visie op de curriculumontwikkeling van het vak geschiedenis in het primair en voortgezet onderwijs. Hierin werd de VGN-visie verwoord in de vorm van een dertigtal koersuitspraken.

Discussie over geschiedenisonderwijs

Deze koersuitspraken krijgen een concretisering en uitwerking in deze visienota Bij de Tijd 2. Hierin worden bouwstenen aangedragen in de vorm van vragen en onderwerpen ten behoeve van geschiedenisleerplannen in het primair onderwijs (PO) en de onder- en bovenbouw van vmbo en havo/vwo. Het gaat om het doel en de functie van het geschiedenisonderwijs en de inrichting daarvan. Het Bij de Tijd-traject van de VGN is bedoeld om de discussie over het geschiedenisonderwijs verder te helpen, en beleidsmakers en curriculumontwikkelaars te ondersteunen bij het nemen van beslissingen over het curriculum. Voldoende informatie en een breed draagvlak zijn hierbij noodzakelijk.

Lees het document hier (pdf-bestand)

Bij de Tijd 2 is een tussenfase waarin bouwstenen worden aangedragen voor de discussie over het gewenste nieuwe curriculum. De VGN pleit hierbij op voorhand voor de benodigde tijd betreffende de implementatie van het bedoelde curriculum en de daarmee samenhangende aandacht voor de professionalisering van docenten. De door de VGN in gang gezette curriculumontwikkeling voor het vak geschiedenis loopt parallel met de politieke discussie over de toekomst van het onderwijs.

OnsOnderwijs2032

In 2015 is op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en wetenschap (OCW) een maatschappelijke dialoog gevoerd over de gewenste inhoud en ontwikkeling van het primair en voortgezet onderwijs. In 2016 verscheen Ons Onderwijs2032. Eindadvies van het Platform Onderwijs2032, onder leiding van Paul Schnabel. Na de parlementaire beraadslaging over dit rapport stelde de staatssecretaris Sander Dekker van OCW een verdiepingsfase in. Het doel hiervan was, in opdracht van de Tweede Kamer, de discussie over curriculumvernieuwing in het PO en het VO te vervolgen en te verdiepen. Na de rapportages van de deelnemers van deze verdiepingsfase – de Onderwijscoöperatie, de PO-Raad, VO-raad, AVS, Ouders & Onderwijs en het LAKS – concludeerde de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer dat leraren een steviger rol moeten krijgen in de curriculumontwikkeling. Meer dan in het verleden moeten de ervaringen en inzichten die leraren in de praktijk opdoen een plek krijgen in de door de overheid vastgestelde kaders – het ‘wat’ van de overheid en het ‘hoe’ van de leraren.

Bekijk ook